Wanneer je probleem geen softwareprobleem is
Niet elk probleem in je bedrijf wordt opgelost door nieuwe software. Zo herken je het verschil voordat je een leverancier belt.
In dit artikel:
Je hoort het jezelf al een tijdje zeggen. Dat het zo niet langer kan. Dat er te veel dubbel wordt ingevoerd, dat niemand precies weet waar een order staat, dat de maandcijfers pas halverwege de volgende maand kloppen.
De eerste gedachte is bijna altijd dezelfde: we hebben ander systeem nodig.
Soms klopt dat. Vaak ook niet. En het vervelende is dat je het verschil niet ziet vanaf de plek waar jij staat, want vanaf daar zien beide problemen er precies hetzelfde uit.
Elke leverancier heeft een lijstje met signalen dat je toe bent aan nieuwe software. Wat op geen van die lijstjes staat, is wanneer je er níet aan toe bent. Daar gaat dit artikel over.
Wat software wel doet, en wat niet
Software maakt een proces sneller en zichtbaarder. Meer doet het niet.
Dat klinkt als een tegenvaller, maar het is precies de goede meetlat. Een systeem versnelt wat je al doet en legt vast wat er gebeurt. Beslissen blijft mensenwerk.
Daaruit volgt één simpele regel. Werkt je proces op papier, en is het alleen traag of onzichtbaar? Dan helpt software. Werkt je proces op papier niet? Dan maakt software het sneller en zichtbaarder fout.
Dat laatste is geen theorie. Een systeem dwingt keuzes af die je daarvoor kon uitstellen. Het moet weten wie een korting mag geven, wanneer een order af is, en welk adres het juiste is. Zolang die vragen open staan, komen ze tijdens de implementatie alsnog op tafel, alleen dan met een leverancier erbij die per uur factureert.
Drie problemen die op een softwareprobleem lijken
In de praktijk zie ik er drie steeds terugkomen. Ze voelen alle drie als een systeemprobleem. De oorzaak ligt ergens anders.
1. De keuze die niemand heeft gemaakt
Twee afdelingen doen hetzelfde werk op twee manieren, en beide manieren zijn verdedigbaar. Verkoop noteert de leverdatum die de klant wil, productie noteert de datum die haalbaar is. Niemand heeft ooit beslist welke van de twee de echte is.
In een nieuw systeem is dat geen detail meer. Er is één veld voor de leverdatum. Wie het invult, en volgens welke regel, moet je beslissen voordat het systeem live gaat.
Herkenningspunt: als twee mensen jou allebei een ander getal geven en allebei gelijk hebben, ligt het niet aan het systeem.
2. De rol die niemand heeft
Iemand moet de voorraad kloppend houden. Iemand moet bepalen wanneer een offerte vervalt. Iemand moet zeggen dat een klantgegeven verouderd is.
In veel MKB bedrijven is dat niemand. Het gebeurt erbij, door degene die er toevallig tegenaan loopt. Dat werkt jarenlang, tot het niet meer werkt.
Een systeem lost dat niet op. Het maakt alleen elke dag zichtbaar dat de rol leeg is.
Herkenningspunt: kun je bij een fout niet aanwijzen wie hem had moeten voorkomen, dan ontbreekt er een rol.
3. De afspraak die nooit is vastgelegd
Je grootste klant mag bestellen zonder ordernummer. Die ene leverancier levert altijd te laat en dat weten we, dus daar rekenen we een week extra. De collega die al twintig jaar meeloopt weet precies welke uitzondering waar geldt.
Dat is vakmanschap, opgebouwd in jaren. Het zit alleen in hoofden.
Software kan uitzonderingen prima aan, mits ze benoemd zijn. Zijn ze dat niet, dan botst het systeem er tijdens de implementatie stuk voor stuk tegenaan, en heet het opeens maatwerk.
Herkenningspunt: als de uitleg van een proces begint met "ja, behalve bij...", schrijf die uitzonderingen op voordat je met een leverancier praat.








